Estudantes Erasmus
Endereço:
Jasper en Lore Vandenberghe-Vandevoorde
Rua de Parceiros 7
2400 Leiria
Portugal
Fotos:
http://japoessaait.spaces.live.com
Endereço:
Jasper en Lore Vandenberghe-Vandevoorde
Rua de Parceiros 7
2400 Leiria
Portugal
Fotos:
http://japoessaait.spaces.live.com
Op zondag 1 juli begint mijn laatste week in Portugal. Het is een moment van herinneringen bijeenharken en ze allemaal in mijn kist te krijgen. Wat nog lukt ook. 's Avonds gaan we met z'n allen naar de Praça voor het afscheid van marta. Zij keert samen met Victor terug naar Lleida. Richting Barcelona dus, de gelukzak!
Als extra verrassing is ook Aniek van de partij. Deze toffe Hollandse meid woonde tot in februari op het appartement van Marta. Dat appartement heeft het hele jaar door toffe madammen geproduceerd. Want ook de Portugese kamergenootjes zijn schatjes.
Dankzij Aniek en Marta zit ik die avond relatief lang op het terras en is het relatief laat voor ik in mijn bedje geraak. En dat vind ik geenszins erg!
Ik moet er vroeg uit. Op mijn zwembadkaart staat nog precies één beurt en die laat ik niet zomaar liggen. Dat betekent wel dat ik voor de middag al twee chocoladetaarten moet klaar hebben. Als die uit de oven kunnen, heb ik de tijd om snel iets te eten voor ik aan de chocomousse begin. Lore wil zich daarna aan een Portugees dessert wagen, arroz doce, eigenlijk gewoon rijstpudding maar dan in het Portugees. Lekker, met lekker veel kaneel.
Terwijl Lore nog verder fruit op brochetten prikt en al aan de sangria begint, ga ik nog een laatste keer zwemmen. Ik zie het goed zitten en zwem een Portugees duurrecord: 60 lengtes. In het Portugees zijn dat 60 piscinas.
Als ik na twee uur terugkom (half uur wandelen om er te geraken - langs het kasteel, mooie wandeling - kwartiertje omkleden, dik half uur zwemmen, kwartiertje omkleden, half uur wandelen om weer thuis te geraken isgelijkaan twee uur) wacht mij nog de laatste taak; nog anderhalve liter vanillepudding maken.
En na ‘The Koekenbak, The Sequel" kan dan ook "The Afscheidsparty The Sequel" beginnen. In een internationaal gezelschap, zoals dat ondertussen gebruikelijk is. We hebben erasmussers - die komen dus zo goed als van overal ter wereld, enkel de werelddelen Azië en Oceanië hebben geen vertegenwoordigers - en we hebben onze Portugese klasgenootjes. Zeer fijn allemaal.
In de voormiddag laten we het blad ondertekenen waaruit moet blijken dat we geldig in het buitenland hebben gestudeerd. "Goeiemorgen, zouden we de erasmus-coördinatrice kunnen spreken?" "Erasmuscoördinatrice? Mevrouw Ana Cecilia is op reis..." Alleen in Portugal. Wij kijken nergens nog raar van op. Gelukkig is er wel een vervangprogramma geregeld. Er is iemand anders die zich daar ook mee inlaat. In een rommelig bureau zit een klein dametje duchtig haar neus te snuiten. De papieren zakdoekjes sieren haar bureau. De foto van haar kinderen is nog net zichtbaar.
Uiteindelijk verloopt alles lekker vlot. Ze vraagt ons wanneer we het land weer verlaten. Dat is voor ons allebei pas de volgende week. Ik ga nog een paar dagen naar Sintra, maar weet nog niet wanneer Daniel terugkomt (dat weet hij overigens zelf ook nog niet...). Het dametje zit er echter niet mee. "Ik zal dan invullen dat jullie hier volgende week vrijdag hier geweest zijn om dit blad te tekenen, dan ligt dat al wat dichter bij de feitelijke vertrekdatum." Dankjewel madam! Zo hoeven we ons vooraf ingestudeerde slijmspeech ook al niet meer af te steken.
's Namiddags bakken we. Paëlla kúnnen wij helemaal niet klaarmaken en het is ook niet echt typisch Belgisch. Wat dan wel? Veel... Maar om voor dertig man klaar te maken? Chocomousse. Maar alleen chocomousse is ook maar wat euhm... magertjes. Daar horen dus ook nog cakes, taarten, pannenkoeken, fruitbrochettes en dergelijke bij. Ik geef toe, in combinatie met bier en sangria is dat misschien niet optimaal, maar culinaire hoogstandjes zijn nu eenmaal niet aan ons besteed. En al zeker niet in grote hoeveelheden. Die namiddag beginnen we dus met de eerste lading. Ik maak twee appelcakes en doe tussendoor de revisie van mijn vertaling, Lore bakt koekjes en pannenkoeken.
De volgende dag sta ik vroeg op. Ik heb werk te doen. Eerst en vooral moet ik mee met mister Seven en Rien om de huurauto te gaan afgeven. Daarna ga ik nog mee naar het busstation om hen uit te wuiven (maar vooral om hen te tonen welke bus ze moeten nemen, want dat is niet altijd even duidelijk als je niet bekend bent met het systeem daar).
Terug thuisgekomen begin ik aan de vertaling die Maarten mij gevraagd heeft. Bij wijze van zakcent is dat altijd welkom. Daar zit ik de hele namiddag aan en als ik klaar ben, ga ik nog naar Continente. De benodigdheden voor ons afscheidsfeestje moeten we vandaag al in huis hebben zodat we er morgen onmiddellijk in kunnen vliegen.
De laatste volledige dag van het verblijf van Rien en Sven in Portugal moet iets speciaals worden. Iets wat noch Lore noch ikzelf al hebben gedaan hierin Portugal. We gaan met de auto richting Coimbra. Niet dat we daar nog nooit zijn geweest, maar wat we er gaan doen is een stuk spectaculairder. Victor en Marta gaan ook mee, zij rijden met hun auto voor, want ze moeten de Portugese kotgenote van Marta aan het station in Coimbra afzetten. Dat is niet volgens plan, maar alla...
Om 10u zijn we ter plaatse. Gestrand op een parking bij de rivieresplanada langs de Mondego. We hebben er een afspraak met een Vlaamse madam die er al twintig jaar kajaks verhuurt in de zomer. We krijgen er te horen dat er nog een Schots meisje meegaat, maar dat ze nog niet ter plaatse is. Ze is te laat, dus stappen we met z'n allen de aftandse jeep in. Echt noorders. Een verademing!
Even later belt het meisje toch, ze vond de weg niet en staat nu aan de andere kant van de rivier. Hup, rechtsomkeert en we gaan ze toch nog oppikken. In de auto blijkt dat de Vlaamse madam samen met haar man drie maanden per jaar naar Portugal komt om er hun kajakverhuur uit te baten. Vroeger hebben ze ook nog een tijdje in Marokko gewerkt en gewoond. Ze speelden al lang met het idee om ergens een outdoor sportbedrijfje te beginnen en na wat omzwervingen zijn ze twintig jaar geleden dan uiteindelijk bij Coimbra uitgekomen. Hun dochters studeren nog altijd in België. Sport loopt niet als een rode draad doorheen de familie, het moet meer iets zijn als een rode staaldraadkabel. Zelf speelde ze volleybal en tennis, net als haar man is ze licentiate L.O., in Portugal hebben ze een bedrijfje dat kajakken verhuurt, vroeger deden ze er nog moutainbike bij, maar daar zijn ze mee gestopt, ook de dochters spelen volley, ook paardrijden kwam er ergens nog tussen ... Sportief, zonder meer.
Noorderlingen lachen graag eens met Iberen. Dat is in deze auto niet anders. Bovendien heeft deze dame twintig jaar Portugese ervaring. Als we moeten stoppen aan een rood licht bij wegenwerken, legt ze uit hoe Portugezen tot een tiental jaar terug het verkeer regelden in dergelijke situaties. Aan beide uiteinden van de werken stond een mannetje met een takje te zwaaien. De laatste auto die aan de ene kant door mocht rijden, kreeg het takje mee. Als die auto aan het andere uiteinde van de werken was gekomen, moest hij het takje afgeven aan het mannetje dat aan die kant stond. Zo wist hij dat de laatste auto door was gereden en dat hij de auto's aan zijn kant mocht doorlaten. Een op zich onfeilbaar systeem. Maar wat als er aan de andere kant geen auto staat? Je mag ook niet vergeten dat er twintig jaar geleden nog niet zo gek veel auto's op de Portugese wegen reden! Dan moest het mannetje met het takje door de werken lopen om zijn takje aan het andere mannetje terug te geven. Of wachten tot er toch een auto zijn richting uitkwam...
Na mijn eigen ervaringen temidden de Portugese bureaucratie wil ik toch ook wel eens weten of het twintig jaar geleden wel zo gemakkelijk was om zo'n bedrijfje op te starten. Op het moment dat ik het haar vraag, geeft ze een geweldige ruk aan haar stuur. De stoere jeep schiet naar links. Zo neem je dus een haarspeldbocht in stresssituatie. De twintig jaar oude zenuwen komen weer even bovendrijven. "Goh", zucht ze uiteindelijk, "daar kan ik een boek over schrijven!" "Het kan toch niet makkelijk geweest zijn om vergunningen los te krijgen om met bootjes door natuurgebied te varen", voeg ik eraan toe, niet eens om het mes nog wat dieper in de wonde te drijven. Wat volgt is geïnspireerd op Kafka, zoals de hele Portugese bureaucratie trouwens. "We moesten formulieren invullen die dan weer werden afgekeurd omdat ze niet op het juiste type papier waren gedrukt, of omdat de stempel die erop stond niet de stempel van de bevoegde instantie was. De regel was ‘iedereen weet je te vertellen hoe je het niét moet doen, maar er is niemand die weet hoe het dan wél moet'. Zo moesten we ook verzekeringen afsluiten voor de toeristen die met de kajak zouden varen, maar omdat er geen zo'n type verzekering bestond, kwam het er uiteindelijk op neer dat we een verzekering moesten nemen zoals ook grote scheepvaartmaatschappijen afsluiten, omdat dat het enige soort verzekering was die het meest in de buurt kwam bij hetgeen wij moesten hebben."
En afsluiten deed ze met een gemeenplaats die ook heel erg waar is: "Portugezen zijn bang van elk soort van initiatief." En problemen ontvluchten ze maar al te graag. Ondertussen gaat de geasfalteerde weg langzaam over in een zanderig pad bezaait met keien waar de kloeke jeep kranig overheen dokkert (dokkeren is nog maar eens een prachtig woord dat als algemeen Belgisch Nederlands wordt beschouwd!). Dan gaat de handrem dicht. We zijn er.
In de Mondego zit zeer veel water en dat water haalt ongetwijfeld een behoorlijk debiet. Lore komt bij mij in de boot zitten, maar als moter heb ik haar eigenlijk zelfs niet nodig. Ik moet zelf alleen wat bijsturen. De rest gaat als vanzelf. Af en toe wat bijpeddelen mag, want waarom zou je anders gaan kajakken, maar ik kan het best alleen aan. Lastig is het niet. Het is des te zaliger. De koude zeebries die we de dag ervoor moesten trotseren wordt hier tegengehouden door het berglandschap. De beboste bergwanden bieden bescherming. Hun groene kleur biedt vooral rust. Het felle zonlicht weerkaatst fel op het rustig kabbelende wateroppervlak. Een natuurlijke zonnebank. Het is stil. Onze boot hoeft het water niet eens te doorklieven, we worden meegevoerd met de stroom. Het enige geluid af en toe komt van onze peddels. Nu en dan laat aan de oever een brulkikker van zich horen. Terwijl we rustig verder kabbelen cirkelen een stuk of wat roofvogels hoog boven onze hoofden. Het lijkt alsof ze ons volgen. Machtige beesten. O zo kalm. O zo sierlijk. O zo mooi...
Een dikke drie uur en achttien kilometer later zijn we er al (18km). De sportieve madam komt ons terug ophalen met haar vervallen jeep. Ik vraag haar of het nog altijd hun eerste jeep van twintig jaar geleden is. Het scheelt niet veel, maar hij loopt toch nog maar tegen de vijftien. Nog geen vijf minuten nadat ik dat heb gevraagd, geeft de kloeke jeep de geest. Boos en vernederd nadat ik met zijn ouderdom de spot heb gedreven, weigert hij nog verder dienst.
Met een sappig Vlaams accent belt onze ‘monitrice' naar de garage. Het ziet ernaar uit dat we te voet terug naar onze auto zullen mogen stappen want de garagist kan niet onmiddelllijk komen (amanhã, weet je wel). Toch nog even proberen. Sleutel in het stopcontact, proberen contact te maken. Het brave beestje lijkt zijn waardigheid opnieuw te hebben gevonden. Schudde ende Beef, kijk eens wat ik nog kan op mijn leeftijd, lijkt hij te willen zeggen. Schudden en beven doen we allemaal want zo vlot gaat het allemaal nog niet, maar we gaan toch weer vooruit. Het lijkt wel een nieuwe Portugese service. Even bellen naar de garage en de auto is zo gefikst. Het zal wel toeval geweest zijn!
Dan hebben we nog de hele rest van de late namiddag over om onze gasten de binnenstad van Coimbra te laten zien. Na een terrasje volgen we het klassieke Coimbra-patroon. Hup, nog maar eens, maar het is dan ook geweldig mooi. Via de Sé Velha omhoog naar de universiteit, en via de steile trappen terug naar beneden.
's Avonds worden we door onze gasten met een etentje bedankt voor bewezen diensten. Moe maar voldaan komen we een paar uur later weer in Leiria aan.
GPS-gevoelig. Cartografisch brein. Noem het zoals je zelf wilt, maar ik weet nogal snel ergens de weg. Dat talent wordt in de reisgezelschap algemeen erkend, dus moet ik niet veel moeite doen om de passagiersstoel op te eisen. Mijn lange stelten zijn er ook meer dan tevreden mee. Nu moet ik alleen nog vertrouwen op de chauffeur, want het is algemeen bekend dat de passagiersstoel ook wel eens de deathseat wordt genoemd.
Mister Seven stuurt het beestje feilloos richting Óbidos. Over dat pittoreske stadje heb ik tot mijn grote verbazing nog nooit iets geschreven. Tijd om daar verandering in te brengen!
Óbidos
Het fotogenieke Óbidos wordt iedere dag door busladingen toeristen bezocht. Het is er in het zomerseizoen erg druk en wij raden u aan om dan de stad 's morgens vroeg te bezoeken of er te overnachten. Het laagseizoen is de beste tijd om van dit stadje te genieten. Deze middeleeuwse ommuurde stad lag vroeger aan de kust, terwijl de kustplaats Peniche, 23 km naar het westen, toen een eiland was. Het kasteel werd vanaf 1282 het traditionele huwelijkscadeau van de Portugese koningen aan hun eega's. Dom Dinis liet het bouwen voor zijn vrouw, die het als eerste in ontvangst mocht nemen. Het is nu een van Portugals beroemdste pousadas.
De stad heeft een langgerekte hoofdstraat, waar steile, nauwe straatjes, trappen en kleine geplaveide pleinen met schitterende witgepleisterde en met bloemen behangen huizen op uitkomen.
Het netwerk van straten en pleinen is een lust voor het oog, en een wandeling rond de stadsmuren geeft prachtig uitzicht op het landschap en wellicht op het echte stadsleven dat zich achter de toeristenfaçade afspeelt. Als het donker wordt ligt de stad prachtig verlicht aan uw voeten.
Aan een klein praça (plein) staat de Igreja de Santa Maria. In het jaar 1444 trouwde daar de tienjarige Afonso V zijn achtjarige nichtje Isabel. Het interieur van deze renaissancistische kerk is afgezet met blauwe azulejos.
(ANWB Navigator Portugal, p 117)
Nadat we ons eens goed hebben laten uitwaaien op de omwallingen van het ommuurde stadje, gaat het richting het strand van Foz do Arelho. Daarvoor passeren we langs Caldas da Rainha, en ook daarover heb ik nog nooit toeristische informatie gegeven!
Caldas da Rainha
De levendige marktplaats Caldas da Rainha is ook een kuuroord; het is een leuke stop op weg naar Alcobaça. Het kreeg zijn naam (warme bronnen van de koningin) in 1484, toen Leonor, de vrouw van João II, met verbazing de boerenbevolking in de zwavelbaden langs de weg zag bden. Toen de dorpsbewoners haar vertelden dat het water hielp bij de behandeling van reuma, besloot zij er zelf ook gebruik van te maken. Zij stichtte een ziekenhuis en de daaropvolgende vier eeuwen was het kuuroord Caldas zeer in trek bij de adel en koninklijke gasten. De bloeitijd was in de 19e eeuw, maar nog steeds trekt de plaats bezoekers.
Caldas is ook bekend om zijn grillige, eigenzinnige keramiek in de vorm van mythische dieren en uitheemse planten.
Geniet van het prettige stadspark en de dagmarkt op de Praça da República
(ANWB Navigator Portugal, p 109)
In september of oktober hebben we daar ook nog eens een weekendje doorgebracht. Lang geleden allemaal. In Óbidos was ik in december geweest. Nu krijgen onze twee gasten zo'n beetje The Best of Portugal te zien!
Foz do Arelho is het strand bij Caldas da Rainha. Het ligt aan een baai en de zee is er altijd erg onstuimig. Het water van de baai is dan weer heerlijk rustig. Alleen... vandaag moet je zien uit de wind te blijven of je wordt levend gezandstraald. En op een strand zijn er niet onmiddellijk veel beschutte plekken te vinden, nietwaar?
Het weerhoudt er ons niet van om een eenvoudig middagmaal te nuttigen in een strandbar. Het terras laten we voor wat het is en we gaan op lilliputterbankjes zitten. De bediening is, zoals wel vaker, amateuristisch en nog niet afgestemd op het massatoerisme dat juli en augustus misschien met zich meebrengen. Of misschien ook niet. Die massa's blijven waarschijnlijk in de Algarve plakken. En terecht.
We volgen verder de kustlijn en komen aan een winderig uitzichtpunt waar de wind door ons heen snijdt. Het landschap maakt echter veel goed. Het volgende kustplaatsje mag er ook wel zijn. São Martinho do Porto.
Er staan een pak lelijke hotels maar de baai mag er best wel wezen. Het zand is ook op maat van de fancy zonnekloppende toerist gemaakt: vers aangevoerd ultrafijn zand met pinkelende stukjes die bij wijze van natuurlijke gloss aan de huid blijven plakken.
Het is niet dat we niet willen proberen om heel eventjes de zonnekloppende toerist uit te hangen, maar de snijdende wind maakt lang kloppen onmogelijk. Geen probleem, de natuur is er ook nog. Op zoek naar wat spectaculaire vergezichten leidt mister Swan het beestje naar ongekende hoogten.
En van daaruit gaat het via onmogelijke weggetjes richting Nazaré. Ik ben er al ontelbare keren geweest dit jaar, en tóch heb ik nog geen saaie brok toeristische informatie meegegeven. Daar zal snel verandering in komen.
Nazaré
Ondanks het enorme zomertoerisme heeft Nazaré zijn oorspronkelijke karakter van schilderachtig vissersdorpje kunnen behouden. In de haven worden de boten nog steeds het strand opgetrokken en de vrouwen lopen koninklijk met manden vis op hun hoofd langs de kade. De meeste bezoekers worden echter aangetrokken door de prachtige stranden en de gezellige visrestaurants.
De kust is hier gevaarlijk, maar bij het grootste strand van de stad is het veilig zwemmen.
Langs dit strand ligt een brede boulevard, waar een paar rustige pleintjes met bars en terrassen op uitkomen. Een kabelbaan brengt u naar kaap Sítio, die 110 meter boven de stad ligt. Hier lag het oorspronkelijke dorp, op veilige afstand van plunderende piraten. De kerk Nossa Senhora da Nazaré dateert uit de 17e eeuw. De muren zijn betegeld met azulejos, die de legende vertellen van de ridder dom Fuas Roupinho die tijdens de jacht op een hert bijna over de rotsrand sloeg, maar door een visioen van Maria op tijd werd gewaarschuwd.
(ANWB Navigator Portugal, p117)
In Nazaré flaneren we wat over de boulevard - zoals de reisgids het ons voorschrijft - en daarna gaan we naar het gedeelte dat 110 meter boven de stad ligt. Niet met de kabelbaan, maar met ons beestje. Dan staat het al direct klaar voor het volgende deel van de tocht. Na nog een bezoekje aan de vuurtoren - en een klimpartij over de rotsen om naar de beukende golven te kijken - is het tijd om wat te eten. Het wordt vier keer lulas. Inktvis dus.
Of ze nog zin hebben om als dessert nog een strandje te doen? Bwoh ja, nu we toch bezig zijn...
Vale Furado moet wel een van de mooiste stranden van Portugal zijn. Totaal verlaten, en uiterst geschikt voor zonsondergangen. En gelukkig zijn we net op tijd. Zonder planning, zonder ons te haasten hebben we het restaurant verlaten, nog de tijd genomen om naar de supermarkt te gaan, dan koers gezet richting Vale Furado en warempel, de zon begint net te verkleuren als we er aan komen.
Snel via de houten trappen naar beneden om van het spetterende klank- en lichtspel te genieten. De wind is intussen wat gaan liggen. Koud is het niet meer. Lore heeft wel iets zien wegspringen in het zand. Wat volgt is een zoektocht naar zandvlooien. Veel zoeken moeten we niet doen, ze springen gewoon weg voor onze voeten. Ze artistiek op de gevoelige plaat vastliggen is al heel wat minder eenvoudig.
Als we de zon helemaal hebben zien wegzakkenin de zee, gaat het, moe maar voldaan, richting ons huisje. Dit is een uitgelezen kans om te weten hoeveel kilometer ik die keer in mei heb gefietst, maar dan moet ik wel de weg doorheen de mata terugvinden.
"Mijn duifje" zou eigenlijk een uitstekende troetelnaam voor mij zijn. Het kompas in mijn hoofd draait niet op volle toeren, maar wijst exact de juiste richting aan. De weg terugvinden in het donker gaat zelfs nog makkelijker dan ik zelf had verwacht. Blijkt dat ik die dag van mijn zware fysieke inspanning 25km heb gereden. En dat in twee uur. Was ik een renner geweest, ik was beschaamd. Maar als tennisser moet ik het hebben van korte, snelle spurts...
De wandeling naar Leiria-city begint al goed. Vlak voor ik Rien en Sven onder de brug door leidt, komen we een slangenvel tegen. Ik heb van mijn leven nog geen levende slang in het wild gezien, dus ook niet in Portugal. Had dat vel er in september al gelegen, misschien had ik het hier niet eens zo lang uitgehouden. Serpenten zijn niet zo mijn ding.
Het toeristische hoogtepunt van Leiria - tevens ook het enige - is een ontgoocheling. Op maandag is het dicht. Nochtans had ik de openingsuren opgezocht, maar op de site van Leiria heb ik niets gevonden. Eigenlijk is het niet eens zo erg dat het dicht is. Het kasteel is het mooist als het 's avonds verlicht wordt. Overdag is het niet eens zo mooi, en als je er eenmaal bovenop staat, zie je pas echt wat het eigenlijk is; een hoop stenen die daar al heel lang liggen.
Nu het kasteel geschrapt is, moet ik gaan improviseren. Een wandeling langs de rivier dan maar. Een gevandaliseerde bank brengt wat verstrooiing voor een geïmpro-viseerde fotoshoot, en ook het antieke vliegtuig doet even dienst als inspirerende locatie.
Op weg naar een plekje om te middageten komen we op het centrale plein van Leiria toevallig de familie Orbañanos tegen. In de namiddag gaat ze nog bij ons spullen ophalen, maar ik ben mijn twee gasten in de omgeving van Leiria aan het rondgidsen. Lore - die op dat moment haar stuk van onze laatste taak voor school zit af te werken - zal de honneurs moeten waarnemen. Er liggen drie kadootjes klaar in de keuken. Mijn fototoestel ligt ernaast, zodat Lore een paar foto's kan nemen van de overdracht der aandenkens. De kadootjes omvatten de dvd's met de foto's die ik zondag heb gemaakt, een kaartje en een foto van Os da Rua dos Parceiros 7, afgewerkt met lintjes met figuurtjes in vrolijke kleuren, een erfenis van een vorige vakantiejob.
Plots gaat het allemaal wel heel erg snel. Ik denk dat we allebei nog niet goed beseffen dat het nu wel een hele tijd zal duren voor we elkaar terug zullen zien. Aan alle mooie liedjes komt ooit een eind. En Elisa komt in augustus alvast terug naar België.
Tijdens het middageten op een terrasje op de Praça Rodrigues Lobo gaat de wind eerst een geanimeerd gevecht aan met de menukaart, maar even later ook met onze servietten en onderleggers. Het is mooi weer, maar de wind trekt net iets te gretig aan onze t-shirts om van een aangename temperatuur te spreken.
Na het middageten gaan we even snel een auto huren voor de volgende twee dagen. Op die manier ben je als toerist heel wat vrijer. "Mag ik meneer zijn paspoort?", vraagt de mevrouw van Hertz aan mij. Als volleerd tolk geef ik de informatie door en geen minuut later is de mevrouw al bezig met het invullen van de reservatie. Efficiënt werken, heet dat, en dat is hier in Portugal niet altijd even vanzelfsprekend, ik kan het u verzekeren. "So I put the car on the name of mister Seven ..." Blijven lachen en van ja knikken is zo'n oude volkswijsheid die nog altijd van pas kan komen.
Met die auto kunnen we wel pas morgen gaan sjezen. Vandaag is het nog met de bus te doen. Batalha ligt dan ook maar zes kilometer verder naar het zuiden. En Batalha, daar ben ik al een paar keer geweest. Deze twee nog niet, maar ik gids hen graag nog eens rond in dit manuelijnse hoogstandje. Enkele onnozele foto's mogen ook niet ontbreken (zo sta ik onbewust te zwaaien naar een Amerikaanse toerist die mij eigenlijk smeekt om wat op zij te gaan zodat hij zijn ongetwijfeld artistiek hoogstaande foto kan nemen). Onnozele foto's maken gaan al snel over in overal onnozel commentaar op geven. Niet echt gepast voor deze heilige plaats, maar wel leuk!
Op een terrasje laten we ons nog verleiden tot een bolletje kiwiet sp-ijs. We dachten dat onze simpele geesten waren opgeroepen door het geestesverruimende kiwi ijs, maar bij nader inzien moet het ergens in het water hebben gezeten. Voor het consumeren van dat verdachte goedje waren we ook al simpel aan het doen.
Aan de buschauffeur op de weg terug vraag ik of hij nog stopt tussen Batalha en het busstation van Leiria. "Waar moet je naartoe?", vraagt de man op leeftijd vriendelijk. "Zo dicht mogelijk bij Continente", antwoord ik hem naar waarheid. "Ah, maar ik kan jullie bij Continente afzetten ook!" Makkelijk zat. Je moet het hier altijd wel vragen, want het is niet altijd duidelijk waar de bushalte nu precies staat. Onderweg stopt de bus twee keer waar iemand staat te wachten, maar in de verste verte is daar geen bordje te zien wat duidelijk zou kunnen maken dat er daar ook effectief een bushalte is.
De avond wordt afgesloten met een spelletje Boonanza en een barbecue in onze churrasqueira. Het is niet eens zo laat als we allemaal behoorlijk moe ons bed induiken. Morgen is het vroeg dag. En er staat veel op het reisprogramma.
Erg vroeg geraak ik die zondag niet uit mijn bed, maar erg is dat niet. Onze twee Belgische gasten kunnen ook wel wat slaap gebruiken. Als uiteindelijk iedereen uit bed is gesukkeld staat er op het aanrecht en op de keukentafel nog een flinke berg afwas van de avond ervoor te blinken. Blinken is hier niet echt het juiste werkwoord. Vuil te wezen past beter in de context.
Als ik klaar sta om mij op de afwasberg te gooien, komt Elisa mij smeken of zij deze laatste keer de afwas niet mag doen. Mij niet gelaten. Plechtig overhandig ik haar het sponsje en ga dan maar op zoek naar een handdoek die niet door de gele paëlla-kleurstof is aangetast. Na wat speurwerk kan ik er toch nog een vinden, maar Elisa wil me weer van mijn goede bedoelingen afhelpen. "Wat ga je doen?", vraagt ze. "Euh, afdrogen, mag ik niet?" "Laat mij dat ook maar doen, zou je ondertussen iets anders voor me kunnen doen?"
Het is de laatste volledige dag in Leiria van het meisje, dus zit ik even later achter mijn computer foto's te ordenen. Het plan was om op het einde van het jaar alle foto's rechtstreeks op haar harde schijf over te zetten. Helaas zijn daar een paar dieven tussengekomen die - gelukkig voor mij - alleen maar haar computer hebben gepikt. Anders had ook de Beira Litoral hier een Maddy-achtige zaak, maar dan met een gekidnapte stoere vent van 22. Ahum.
Lore beslist om met Paulo, Rien en Sven naar de Praça af te zakken om iets te gaan drinken terwijl Elisa en Luís verder opruimen en ik verder ga met foto's en video's ordenen. Dat blijft maar duren, maar uiteindelijk kunnen we hen tegen drieën eindelijk tegemoet gaan.
Het is bewolkt, maar er komen steeds meer gaten in het wolkenpak. Voor de laatste keer gaan we naar São Pedro de Moel. En zo hebben onze Belgische gasten dit pittoreske badplaatsje ook eens gezien. Een absolute aanrader voor wie in de buurt van Leiria rondhangt, zonder meer.
Het duurt niet lang voor Rien en Sven met hun eigen voeten de temperatuur van de Atlantische Oceaan willen voelen. En het duurt al evenmin lang voor ze aan den lijve ondervinden dat pootjebaden in de Wijde Oceaan niet hetzelfde is als pootjebaden in de rustig kabbelende Noordzee. De onderkant van zijn broek en van haar rok zijn al snel kleddernat. Maar dankzij de herboren zon blijft al snel niet meer dan een zoutrandje op de respectievelijke kledingstukken en de herinnering aan een koude beendouche.
Na het pootjebaden volgt er nog een jantar português mét showkok. Choriço flamberen ziet er inderdaad gevaarlijk uit. Maar lékker! En de bacalhau à Brás uiteraard ook. Je zou het niet zeggen als je het niet weet, maar er zitten wel degelijk frieten in deze Portugese schotel. Volledig ‘vermonsakreerd', maar ze zijn er wel!
Na het eten - en de afwas - wordt de avond afgesloten met een waterpijp in de Bar Marroquí in Leiria. Uit rokersapathie hou ik het bij een eenvoudige batido van banaan en kiwi.
Zaterdag 23 juni begint met ons allerlaatste examen op Portugese bodem, en dat om 9u 's morgens. Maar dit is Portugal. En wij zijn twee Belgen. Om 9u zitten wij voor het lokaal 0.5. Het examen zou daar in principe moeten plaatsvinden. Niemand te bespeuren. Tegen 9u10 zijn er al een paar collega's aanwezig, maar nog geen van onze Portugese vriendinnetjes. Er is hier iets niet pluis. Er is verwarring over het examenlokaal. Is het 0.5 in de A-blok, of is er in een ander blok ook een 0.5? Geef toe, het is toch raar dat de helft er nog niet is. Ik stuur maar een berichtje naar Edith om te weten of zij het weet. Haar antwoord laat wat op zich wachten.
Om 9u25 komt dan toch de vervangende toezichtdocente aangesjokt - doutora Neves zit nog maar eens op een congres in het buitenland. Lore en ik zijn bij de eersten die binnen kunnen. Ondertussen komen er stilletjesaan meer en meer collega's binnengesijpeld. Als ik een minuut of wat neerzit, trilt Edith in mijn broek. "Ik weet ook niet welk lokaal het is, ik ben nog onderweg." Op dat moment is het 9u27. Het examen had al 27 minuten moeten bezig zijn! Begrijpe wie begrijpe kan. Tegen 9u34 kan de toezichtdocente de examens eindelijk beginnen uit te delen. Ook al blijven er studenten toekomen...
Uiteindelijk valt het examen ook best mee. Na een uurtje ben ik erme klaar en kan ik afgeven. Ik snel naar huis. Elisa komt deze namiddag terug van twee dagen Spanje (waar ze een examen moest afleggen). Ze blijft nog twee dagen om haar spullen in te pakken en een afscheidsfeestje te geven. Daarna vertrekt ze voorgoed. Vroeger dan gepland, want a coitadinha - het arme kind - moet nog een paar paperassen regelen voor ze met haar broer en ouders op verrassingsreis naar Cuba kan vertrekken! Voor haar afscheidsfeestje ben ik bezig met een elektronische voorstelling te maken van haar jaartje Portugal. Die moet absoluut af voor vanavond...
Dat lukt wonderwel, en zo geraak ik toch nog in het zwembad. Als ik terugkom zijn Elisa en haar broer druk in de weer met alles in gereedheid te brengen voor het afscheidsfeest. De koelkast zit barstensvol bier en de grote paëlla-pan staat al klaar.
Lore en ik moeten gasten uit Lissabon gaan afhalen in het busstation. Het zijn twee meisjes die we tijdens de inleidingscursus Portugees hebben leren kennen. Een Duitse - Hanne - en een Française - Julie. Die komen een weekendje logeren en pikken maar wat graag de Paëlla Party mee.
Dat maakt het totaal aantal slapers in onze woonst voorlopig op zes: Lore-Elisa-Jasper (omdat wij hier wonen), Luís (als broer van Elisa) en de Frans-Duitse tandem Hanne-Julie. Lekker druk.
Om 23u mogen Lore en ik nog eens naar het busstation. Nog twee gasten. Ook uit Lissabon. Maar niet rechtstreeks. Minutieus hebben ze mijn woordenplattegrond gevolgd en na Tom, Helga en Charlot zijn ze respectievelijk de derde en de vierde Belgen die de weg naar Leiria zo goed als feilloos weten te vinden.
Totaal onverwacht hebben Rien en Sven toch nog de tijd gevonden om naar Portugal af te zakken. Uiteraard waren ze meer dan welkom om onze voorlaatste week te komen opvrolijken! Nadat ze hun trekrugzakken in hun ‘suite' hebben achtergelaten, kunnen ze zich in het feestgewoel storten. De Duitse Hanne blijft Sven koppig Swan noemen, maar dat kan de pret niet bederven. Na de vermoeiende reis hebben de Belgische gasten uiteraard een reuzehonger, maar gelukkig is dit een Spaans feestje. Vóór middernacht wordt er aan eten niet gedacht!
Het feest gaat nog een paar uur door, en dan is het tijd voor mijn kadootje. Mijn videopresentatie werkt wonderwel, en ja! Het is mij gelukt een traan aan haar bruine kijkers te ontlokken! En niet eentje, maar een paar. Ik werd er eerlijk gezegd ook wat waterachtig van. Een jaar samenwonen is niet niks... En ja, ik ga haar missen. Net zoals ik het ga missen om elke dag Spaans te kunnen babbelen en dat avondlijke moment waarop we elkaar 's avonds na de Cola Cao gemeend Boa noite toefluisteren.
Na de examens van Informatica en Public Relations is het nog niet gedaan met de ellende. Er komen er nog een paar aan. Maar laat ons wel wezen. Qua omvang houdt zo'n examen niet meer in dan een tussentijdse overhoring in het middelbaar! Op een namiddag geraak je makkelijk rond.
Het examen Spaans is weer eens behoorlijk leuk. Een gemakkelijk stukje vertalen - wel opletten want ondertussen durven er al eens Portugese constructies in onze Spaanse vertalingen te sluipen - en daarna nog een paar invuloefeningen. Dit semester heb ik de uitdrukkingen gelukkig wél gestudeerd.
Op donderdag 21 juni hebben we ons tweede vertaalexamen van het jaar. Eigenlijk past een modaliteit hier beter. Op 21 juni zouden we normaalgezien als alles goed verloopt het vertaalexamen kunnen afwerken. We hebben al een jaar les van hetzelfde hoopje mens. We weten al dat niets in Portugal zomaar als vanzelfsprekend kan worden beschouwd. We kennen ook haar al goed genoeg om te weten dat ze nog nét dat ietsje Portugeser is dan de meeste Portugezen.
We voelen dat ons theewater al zachtjes begint te koken als madam twintig minuten te laat komt opdagen. Normaal komt ook Andreia naar deze les - dat brengt het totaal aantal studenten op drie - maar vandaag stuurt ook zij haar kat. Meestal brengt ze haar kat gewoon mee. Dan draagt ze die op haar schouders. Andreia houdt van tijgerprints. Stel je er geen hoerachtige vamp bij voor. Het gaat meer de boertige kant uit. Maar dan in een exotische versie...
Zoals gewoonlijk klapt la Basílio haar laptop open en begint ernstig naar haar scherm te turen. Ik moet dringend een mail versturen. Het kan mij dus niet schelen dat ze haar tijd neemt om het examen op te diepen.
Lore heeft minder geduld. Na een tiental minuten houdt ze het niet meer en wijst onze juf erop dat we het examen eigenlijk voor vandaag hadden gepland. "Ah era?!", zegt ze droog. "Echt waar?! Dat was ik helemaal vergeten... Maar da's niet erg, ik heb hier veel op mijn computer staan. Ik zet direct iets op het schoolforum."
Even later kunnen we dan effectief aan het examen beginnen. Een verhaaltje voor kinderen van het Engels naar het Portugees vertalen, en een stukje Portugees naar het Frans.